dinsdag 11 december 2007

Handgemaakte wielen

Zijn er nog mensen die wielen met de hand laten bouwen? En fietsenmakers die daar tijd insteken? Jazeker, en ze hebben overschot van gelijk. Want als het gaat om sterkte en flexibiliteit (in beide betekenissen), halen industriële wielen het niet bij het betere handwerk. Dat krijg je als denkwerk en uitvoering direct aan elkaar gekoppeld zijn; kom er maar eens om tegenwoordig.
Wat is er zo bijzonder aan handgemaakte wielen? Om te beginnen werk je als zelfbouwer alleen met kwaliteitsmateriaal, anders is het (in verhouding tot de arbeidskosten) niet de moeite om eraan te beginnen. Bij een fabriekswiel is het altijd afwachten wat er precies voor materiaal in zit. Vooral voor spaken en nippels (de zwaarst belaste delen van het wiel) is alleen het beste goed genoeg. Heb je nog geld over, dan kun je gaan voor een betere en lichtere naaf en velg. Waar fabriekswielen gemaakt zijn voor de grootste gemene deler, kunnen handgemaakte wielen qua aantal en soort spaken, kruisen en spanning, nauwkeurig afgestemd worden op de rijstijl en het gewicht van de fietser. Ten slotte weet je als zelfbouwer haarfijn waar de zwakke plekken (kunnen) zitten. Zodat je als er toch iets mis gaat, gericht kunt repareren en niet het hele wiel hoeft weg te gooien.
Mensen met een gewicht boven de 70 kilo en/of een meedogenloze rijstijl zullen doorgaans beter gebaat zijn bij een klassiek wiel met iets meer spaken dan bij de prijzige, uiterst fijnzinnige maar helaas ook kwetsbare varianten die tegenwoordig de ronde doen. Wie herinnert zich niet hoe Burkharts voorwiel als een elastiekje dubbel plooide bij een onnozele val over een hond in de Tour van 2007? De T-Mobile wielen werden in illo tempore overigens handgemaakt door een obscuur Duits paar. Ik stel me graag voor dat ze voor een deel werden uitbetaald in stimulantia en apestoned achter de werkbank stonden.
Maar ter zake: een uitgebreide, zeer degelijke uiteenzetting over spaakpatronen en -spanningen is na te lezen op de site van velofilie (waar een terechte heldenrol is weggelegd voor de bewonderenswaardige Rolf-wieltjes die zelfs na jaren gebruik niet de minste slag vertonen en als zodanig de hightech-uitzondering vormen die de regel bevestigt).
Een paar keukengeheimen: in het stadsverkeer geef ik de voorkeur aan 26" wielen die niet alleen stijver zijn (doordat de velg dichter bij de naaf zit) maar naar mijn gevoel de fiets tevens compacter maken om tussen de auto's door te laveren. Sapim double butted racespaken zijn goed voor alle gebruik (laatst had ik er ook goeie van Alpina). Afgeplatte spaken zoals de Sapim CX-rays hebben voornamelijk zin in het voorwiel, waar ze het grootste verschil in luchtweerstand maken. Heb je voldoende fondsen, dan mag je er voor mijn part ook in het achterwiel de blits mee maken. Wat naven betreft heb ik gemengde ervaringen met 105, niets dan goede met de zeer betaalbare Deore. De velgen die ik gebruik zijn uiteraard dubbelkamer, bij voorkeur dubbel gebust. De Mavic Open Pro's zijn een fraaie klassieker, al zit er ook wel eens een minder strakke tussen.

woensdag 5 september 2007

Fietsverlichting

De herfst is dé tijd om enig licht in de duisternis te brengen.
Ik kan er niets aan doen, ik ben al mijn hele leven een sucker voor die onnozele Smart fietslampjes op batterij, die weliswaar niet veel licht geven op een nachtelijke landweg in Ierland, maar je in de stad goed zichtbaar maken, zeker als ze in flikkerstand staan. En de nieuwe Superflash kan je al helemaal niet meer over het hoofd zien.
Gelet op de belachelijk lage prijs van zulke batterijlampjes, is het godgeklaagd te zien hoeveel jochies 's avond of 's nachts de straat en zichzelf onveilig maken op (pseudo)mountainbikes zonder enige reflectie of verlichting. Fietsenmakers, hier ligt een taak. Maak uw jeugdige klanten en hun ouders diets dat wie ze alle vijf bij elkaar heeft met licht rijdt.
Welk licht, dat is de vraag... Het antwoord hangt ervan af of je veel of weinig in het donker fietst. Rijd je weinig, dan kun je je die enkele keer behelpen met batterijlichtjes. Wil je toch wat licht vooraan, dan is er voor 20 euro ook een Smart die in het stopcontact oplaadt en een redelijke lichtbundel voor je uitwerpt.
Prijziger en mooier zijn de Sigma-systemen. De oplaadbare Nipack-accu is los, dus hoeft alleen mee als je hem nodig hebt. De fraaie Vario-koplamp geeft een smak licht (een scherp afgebakende straal vóór de fiets plus enig strooilicht opzij). Deze lamp kan, verbonden met een achterlicht, vast op de fiets. Hij kan ook, afneembaar, op het stuur gemonteerd worden. Een echt hebbeding is Sigma's laatste nieuwe accu, een minuscuul Lithium-ion geval dat Iion heet. Alleen te gebruiken met twee nieuwe lampsystemen, de eveneens piepkleine Karma en de gepimpte Powerled Black.
Batterijsystemen zijn een uitkomst voor gewichtrekenaars. Je neemt geen ballast mee als je geen licht nodig hebt. Speelt je ecologische geweten op, dan gebruik je oplaadbare batterijen. Nog een voordeel: je lampen branden ook als je stilstaat.
Rijd je frequent in de nacht of de schemering dan is het waanzin om telkens weer lampjes en batterijen te gaan monteren en meeslepen. Het loont dan de moeite om over de prijs, het gewicht en de onoverkomelijke wrijving van een vast verlichtingssysteem, met dynamo, heen te stappen. De bedrijfszekerheid is een extra argument: batterijen en accu's kunnen onverhoeds leeg raken.
De traditionele dynamo is inmiddels uitgegaan als een nachtkaars. De nieuwste Schwalbe Marathon Supreme banden hebben niet eens meer een loopril voor het dynamowieltje. Alle ogen zijn nu gericht op de naafdynamo en dat is ook logisch. Het is een netjes afgesloten systeem dat zowel elektrisch als mechanisch betrouwbaarder is dan de traditionele dynamo.
Een naafdynamo geeft helaas ook als-ie uit staat altijd een beetje wrijving. Wil je die wrijving tot een minimum beperken en kun je het breed laten hangen, dan mag je van mij een SON nemen. Maar ook de wrijvingsarme Shimano sportdynamo's komen in aanmerking, voor minder geld. (De lichtste (3N80) weegt 80g minder dan de SON 28, maar nog altijd 100g meer dan de SON 20R.)
Iets heel anders: het Deense Reelight systeem dat werkt op inductie, dus zonder batterijen of dynamo. Niet voor wie veel licht nodig heeft: de lichtopbrengst van de (knipper)lichten is gering, dus niet genoeg voor de landweg. Het licht blijft wel branden als je stopt. De lampjes zitten vast op de wielas, misschien niet de ideale plaats voor wie het wiel wel eens uitneemt. Pluspunten zijn het lichte gewicht en de totale afwezigheid van wrijving.
Ik merk dat het onderwerp de muizen in beweging brengt. Daarom een paar linkjes om er nog véél meer over te lezen (met dank aan M-gineering):
Olaf Schultz heeft een website over van alles en nog wat, waaronder fietsverlichting (Duits, veel formules...)
Peter White, de Amerikaanse Gerritsen & Meijers, heeft een site om van te smullen, ook over fietsverlichting (Engels, veel nadruk op Son en Busch & Müller)
(Beiden blijken grote fans van open source - zou een open geest te maken hebben met goed fietslicht?)
Bekijk ook de recentere berichten over fietsverlichting: Groot licht en Licht in tijden van duisternis.

zondag 17 juni 2007

Het zweethemd

Het zweethemd is een veelzijdig kledingstuk, dat in de zomer het transpiratievocht opzuigt en afvoert, en in de winter kan dienen als extra laag om warm te blijven.
Het lijkt paradoxaal om in de hitte nog een hemd onder je fietsshirt te dragen, toch is er geen renner die zonder zweethemd rijdt. Waarom?
Na een kwartiertje rijden in de zon loopt het transpiratievocht in straaltjes van je af. Zweethemden zijn zo gemaakt dat ze dat vocht bliksemsnel opnemen en laten verdampen. Het resultaat is dat de huid nagenoeg droog blijft, het hinderlijke plakkerige gevoel achterwege blijft en je fietsshirt na de rit niet meer kliedernat is.
Wat zijn de beste zweethemden? Ik heb er verschillende geprobeerd
1. met mouwtjes van Agu, dat ik niet fantastisch vind vanwege de geurtjes die erin blijven hangen. Wel is dit hemd lekker warm in de winter.
2. het welbekende Brynje-ondergoed, een merk dat zonder meer goed werkt
3. de collectie van Bioracer, die zijn werk prima doet en ook iets goedkoper uitvalt dan Brynje. Ze hebben shirts met en zonder mouwtjes, en daarnaast speciale verstevigde uitvoeringen die werken als windbreker en daarom meer geschikt zijn voor de herfst en de winter.

woensdag 23 mei 2007

Hoe compacter hoe beter?

Het gangbare racecrankstel met zijn grote molen van 53 en binnenblad van 39 krijgt steeds meer concurrentie van het compacte crankstel, met een buitenblad van 50 of minder en een binnenblad van 34 of 36. Een welkome zaak, mijns inziens, en heus niet alleen voor beginners of voor mensen die niet zonder tripel konden. Ik zie naast veel voordelen slechts één nadeel. Hier komen de voordelen:
> lichter gewicht dan tripel + kortere trapas dus groter energierendement
> door kleinere kettingbladen en spider meer stijfheid en minder slingeren
> met een 50 zitten die 13 of 12 er niet alleen maar voor de sier
> mensen die nog met een cassette van 8 rijden hoeven geen grote sprongen meer te maken om naar een 26 of 27 te kunnen gaan, maar komen toe met binnenkransjes van pakweg 18, 20 en 23 (34 x 23 is klein genoeg voor de Ventoux).
Het enige nadeel? 16 tandjes omlaag schakelen is wel eens te veel van het goede, zodat je achteraan weer verplicht bent een of twee tandjes bij te steken. En tja, waar voormalige tripelrijders van wakker zouden kunnen liggen is dat hun lange derailleur er enigszins voor spek en bonen bijhangt. Daar staat tegenover dat je van nu af niet meer als broekie wordt uitgelachen door de wielervrienden.
Het hoeft geen fortuinen te kosten om over te gaan naar een compact. Een nieuw crankstel dus (je steekcirkel is nu 110 mm), ketting iets inkorten, voorderailleur iets lager zetten. Had je vroeger een tripel linkerversteller, dan stel je die gewoon in op een overgang minder. Met andere woorden: als je toch toe was aan de vervanging van bracket en/of crankstel, waag de sprong...

dinsdag 15 mei 2007

Klopt 't, van die nieuwe trapaslagers?

Wie ermee begon weet ik niet meer, Shimano of FSA... de nieuwsoortige trapassen waarbij de lagers aan de buitenkant van het brackethuis komen en de rechtercrank uitloopt in een haarfijn in het industrielager passende holle as, waarop de linkercrank met twee inbusboutjes vastzit. Dit in tegenstelling tot traditionele brackets, waar de kogellagers binnen in het brackethuis liggen, en de cranks in een (vierkante of gekartelde) massieve trapas worden geschroefd.
Het klinkt mooi in theorie, het lager aan de buitenkant, waar immers de grootste duwkracht opgevangen moet worden, maar werkt het ook?
Ik heb er inmiddels een paar in gebruik (de R700 compact en de LX, allebei van Shimano) en voor één keer de is de marketingbuzz helemaal terecht. Het trapstel voelt stijver aan, zowel bij het klimmen recht op de trappers als bij het accelereren. In het algemeen lijkt de krachtoverbrenging directer. Speling blijft, zelfs na jaren gebruik, bij mij compleet achterwege. Kortom een regelrechte voltreffer, die ik iedereen die op zoek is naar een serieuze upgrade kan aanraden.
Als je het niet van mij wilt aannemen: Campagnolo introduceert het systeem onder de naam UTS (Ultra Torque System), met een lichte variatie in de bevestiging van de linkercrank. Nog meer aanbeveling nodig?

donderdag 10 mei 2007

Tips & Tests

Deze stories heten Fiets Tips & Tests omdat ik hier met de regelmaat van de klok bestaande of nieuwe fietssystemen, -onderdelen en -locaties tegen het licht zal houden. Zoals
> fietsen in Brussel
> de supermarktfiets (niet doen!)
> Hollowtech II, Mega Exo, UTS (de moeite waard?)
> waarom het loont handgemaakte wielen te gebruiken
> Sealskinz (zijn ze echt waterdicht?)
> welke verlichting voor welk gebruik
> compact crankstel
> Tubus bagagedragers
> het zweethemd...
Enzovoort. Ik test voor ik verkoop....
Uw reacties, of eigen ervaringen met het materiaal, zijn van harte welkom.

zaterdag 5 mei 2007

Supermarktfiets? Nee dank u.

Geen enkele fietsenmaker zal fietsen repareren die uit de supermarkt komen. Ook ik niet. Om twee redenen.
Eén. Fietsenmakers zijn vaklieden, begaan met de kwaliteit van hun fietsen en met de veiligheid van de berijder. Zij controleren een nieuwe fiets grondig voor hij de straat opgaat en doen na een tijdje een gratis check-up.
Het is dan ook niet erg tactvol om met een fiets (of onderdelen), die je voor een appel en een ei in een supermarkt zonder naverkoopdienst - of bij Van Eyck - gekocht hebt, naar een vakman te stappen. Dat is zoiets als met een diepvriesschotel naar een restaurant gaan en vragen of de kok het voor je op wil warmen.
En twee: fietsen uit de supermarkt gaan makkelijk kapot, maar zijn moeilijk of niet te repareren. Onderdelen zijn obscuur of allang uit de circulatie. Het metaal van de frames en de componenten is te zacht om er een bout in vast te krijgen (cranks zijn een mooi voorbeeld). Resultaat: gerammel, roest, remmen die niet werken, rochelende versnellingen. Je koopt een fiets die je na een jaartje weg kunt gooien. Geen fietsenmaker die ervan wakker ligt.

vrijdag 4 mei 2007

Wat is de ideale fiets voor Brussel?

De juiste fiets voor Brussel is een fiets die speciaal voor u gemaakt wordt. Dus geen doorsnee heren- of damesfiets, geen mountainbike en ook geen racefiets - dat laatste zeg ik met pijn in het hart. De eerste vallen af vanwege het reliëf en het wegdek, terrein- en racefiets bieden te weinig mogelijkheden voor bagagedrager en spatborden.
Het formaat wielen (28 of 26") zou ik laten afhangen van je lengte. 26" wielen (mountainbikeformaat zeg maar) maken de fiets enigszins wendbaarder in de drukke straten. Tot een lengte van 1.80 m zou ik zeker gaan voor 26".
Voor die wielen kun je een veelheid van banden kopen. Dikte en profiel bepalen de snedigheid en de hoeveelheid vering (ik veer liever op mijn frame, mijn wielen en mijn banden dan op allerlei extra kwetsbare, onderhoud vereisende, trapenergie opslorpende en zwaarwegende veertoestanden).
Vandaar ook mijn voorkeur voor het goede oude stalen frame (veert beter, resoneert minder en is steviger dan aluminium, natuurlijk iets zwaarder). Zelfs in de racewereld is staal nog altijd niet uitgereden!
Au fond is het gewicht van het frame minder belangrijk dan het gewicht van de draaiende delen (wielen en aandrijving). Investeer daarom allereerst in lichte en lichtlopende wielen - uiteraard handgemaakt en aangepast aan je gewicht door de fietsenmaker.
Wat heb je nog meer nodig? Veel versnellingen, met het oog op de hellingen, en om altijd in de juiste cadans met zo gunstig mogelijk rendement te rijden. Uiteraard kun je op een maatfiets precies bepalen welk stuur en zadel je het beste passen.
Al het overige is optioneel en kan altijd later toegevoegd worden: spatborden, bagagedrager, verlichting. Wie niet vaak bij donker rijdt, kan batterijlampjes gebruiken als dat toch eens moet - dat gewicht ben je overdag weer kwijt. Wie wel vaak 's nachts rijdt, installere een naafdynamo: betrouwbaar, ecologisch, zonder uitstekende delen. Hoe langer je traject, hoe meer je mag uitgeven voor een lichte loop van die dynamo.
Het leuke van deze fiets-voor-Brussel is dat hij (door zijn stevigheid en draagvermogen) in een moeite door ook gebruikt kan worden om mee op fietsreis te gaan.
Waar vind je zo'n fiets? Nergens kant-en-klaar. Daarom stel ik voor: laat mij je fiets voor Brussel à la carte maken, uitgaande van een frame in je lievelingskleur, en met niks dan onderdelen die geknipt zijn voor jou. Voor een meerkost van 150 à 200 euro, rijd je op een volledig gepersonaliseerde fiets. En kun je kiezen of je de spaaknippels liever in het paars of het rood hebt. Of... toch maar in het zwart?

Fietsen door Brussel

Ja, het is niet helemaal zonder gevaar, en ook niet altijd een pretje, fietsen door de Brusselse straten. Het is dan ook zaak goed uitgerust aan de start te verschijnen. Met een degelijke, op de Brusselse valkuilen berekende fiets.
Aan welke voorwaarden moet zo'n fiets voldoen?
Die worden gestuurd door de niveauverschillen en het wegdek. Er zijn veel, vaak nijdige hellingen (denk aan de Kunstberg), waarvan vooral de snelle afdalingen temidden van het drukke autoverkeer levensbedreigend zijn als je geen stabiele fiets en goede remmen hebt. Het wegdek is zacht gezegd zeer wisselend, met veel tramsporen, verhogingen en andere bulten en af en toe een heerlijk streepje kassei. Rijd maar eens door de o zo prestigieuze flessenhals van de Louizalaan en je voelt je op een BMX-parcours.
Zie ook het bericht "Wat is de ideale fiets voor Brussel?"